Vereniging voor onderwijsrecht in theorie en praktijk Vereniging van Advocaten en Rechtsbijstandverleners in het Onderwijs

werkgroep medezeggenschapsrecht en klachtrecht


Uitnodiging werkgroep medezeggenschapsrecht en klachtrecht

Vrijdag 15 september 2017 van 14.00 tot uiterlijk 17.00 uur

Locatie: AOb-hoofdkantoor, Jacobsstraat 22 in Utrecht

 

Voorlopige agenda: 

1.       Opening en vaststelling agenda

2.       Mededelingen

– Actuele ontwikkelingen (voorgenomen wetgeving of anderszins)

3.       Medezeggenschapskosten ex. artikel 28 lid 2 WMS: naar wie gaat de rekening?

Door Willem Hein Hogerzeil

Toelichting: artikel 28 lid 2 WMS regelt dat alle redelijkerwijs noodzakelijke kosten voor scholing en inhuur deskundigen ten last komen van het bevoegd gezag, mits het bevoegd gezag vooraf in kennis is gesteld van deze kosten. Ingeval van een MR kan zich de vraag voordoen waar die kosten moeten worden gedragen, door de school of door de stichting?  De kennisgeving wordt in geval van een MR op grond van het medezeggenschapstatuut gericht aan de directeur, als gemandateerd gezag, gesprekspartner van de MR. De school kan het echter soms niet betalen uit het schoolbudget (zie bijvoorbeeld de Zwanenburchtuitspraak van de OK  17 juli 29012 ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1685)

4.       Een eigen budget voor de MR? Wat zijn de randvoorwaarden en grenzen? Een vergelijking met de WOR

Door André Joosten

Toelichting: in afwijking van de standaardregel in artikel 28 lid 2 kan het bevoegd gezag met de (G)MR een budget afspreken. In dat geval is het bevoegd gezag niet verplicht om eventuele kosten die dit bedrag overschrijden voor diens rekening te nemen. Vraag is: tot hoever reikt zoiets? Bijvoorbeeld ingeval van –onvoorzien- noodzakelijke juridische bijstand. En waaraan moet zijn voldaan wil het bestuur zich kunnen beroepen op deze bepaling? Schoolbesturen en scholen werken immers met begrotingsposten, ook voor wat betreft de kosten van de medezeggenschap. Dan wordt er al snel gesproken van een ‘budget’ voor de MR.

Korte pauze

5.       Ten onrechte geen advies gevraagd: adviesgeschil vs nalevingsgeschil

Door Willem Hein Hogerzeil

Toelichting: er lijkt sprake van een discrepantie tussen de termijn van zes weken (adviesgeschil) in artikel 34 lid 3 WMS in geval er geen advies gevraagd is, en het ontbreken van een dergelijke termijn in artikel 35 lid 1 bij een nalevingsgeschil m.b.t. de verplichting van het bevoegd gezag om advies te vragen. Wat gaat voor? (G)MR-en moeten in voorkomende gevallen alert zijn op de 6 weken termijn. Veel (G)MR-en zullen niet de datum in de gaten houden waarop “…..is gebleken dat het bevoegd gezag uitvoering of toepassing geeft aan dat besluit “. Gevolg: niet ontvankelijkheid.

6.       Bespreking van een aantal recente uitspraken

Door Willem Hein Hogerzeil

7.       Rondvraag en sluiting

Aanmelden is verplicht en kan via mkoning@aob.nl. Bij aanmelding van minder dan 10 deelnemers gaat de bijeenkomst niet door. Mocht nog iemand aanvullende onderwerpen voor de agenda hebben dan kan worden gekeken of en hoe die kunnen worden ingepast.

 
© 2013 NVOR Website door Combine Internet Marketing

AGENDA meer-agenda image
DEC
01
Save the date: 1 december 2017 ALV en symposium te Woerden
SEP
15
werkgroep medezeggenschapsrecht en klachtrecht
SEP
09
Symposium en boekpresentatie Nationaal Onderwijsmuseum: 100 jaar onderwijsvrijheid: hoe vrij is vrij?
MEEDISCUSSIËREN
Meediscussiëren over onderwijsrecht?
Word dan lid van onze Linkedin groep. pijltje image NVOR op Linkedin image